Hoe onbewuste patronen kunnen ontstaan
Onderstaand voorbeeld laat zien hoe onverwerkte emoties en aangeleerde overtuigingen invloed kunnen hebben op het gedrag en de ontwikkeling van een kind.
Een jongen van vier jaar loopt samen met zijn moeder door het bos.
Er komt een jonge hond enthousiast op hem af. De hond wil spelen, maar loopt het kind omver. Het kind schrikt en begint te huilen. Zijn moeder pakt hem op en zegt dat er niets aan de hand is en dat hij moet stoppen met huilen.
Doordat er op dat moment weinig ruimte is voor zijn schrik en angst, kan de emotie blijven hangen. Het kind kan daarna honden gaan vermijden, zonder precies te begrijpen waarom. Dit vermijdingsgedrag kan later invloed hebben op spelen, sociale situaties en het gevoel van veiligheid.
Het onderbewustzijn koppelt de hond dan aan gevaar. Dat gebeurt automatisch en heeft als doel om het kind te beschermen tegen herhaling van de nare ervaring.
Ook de reactie van de moeder kan voortkomen uit aangeleerde overtuigingen, bijvoorbeeld dat kinderen sterk moeten zijn en emoties niet te veel moeten tonen. Zo kan een goedbedoelde reactie onbedoeld bijdragen aan het ontstaan van een nieuwe blokkade.
Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe patronen kunnen ontstaan en worden doorgegeven. Niet uit onwil, maar vaak vanuit onbewuste reacties, overtuigingen en beschermingsmechanismen.
Als het kind zijn schrik en angst op dat moment had kunnen uiten en verwerken, was de kans kleiner geweest dat er een blijvende angst voor honden zou ontstaan.
Beschermingsmechanismen zijn in de basis waardevol. Ze helpen om gevaar te herkennen en te vermijden. Maar wanneer oude emoties, overtuigingen of ervaringen actief blijven, kunnen ze op latere momenten juist klachten of belemmeringen veroorzaken.
Dit kan zichtbaar worden als irritatie, stress, vermoeidheid, terugkerende spanning, snel geraakt zijn of het gevoel dat bepaalde situaties veel energie kosten. Soms lijkt het alsof een kleine gebeurtenis een grote emotionele reactie oproept.
Bij E/VITA onderzoeken we zorgvuldig welke onderliggende patronen, emoties of overtuigingen hiermee samenhangen. Door dit concreet in kaart te brengen, ontstaat inzicht en kan er gericht gewerkt worden aan meer rust, balans en veerkracht.